ECLI:NL:RVS:2003:AI1256
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning en herplantplicht voor kap en verplanting van bomen in Barendrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht verleende op 11 december 2001 een vergunning voor het kappen van 298 populieren, zes iepen en het verplanten van 10 esdoorns op een locatie in Barendrecht, met een herplantplicht conform het Bomenplan Middeldijk. Na bezwaren van bewoners werd het aantal te planten bomen aangepast. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
Appellanten voerden aan dat het college onvoldoende rekening hield met hun belangen, zoals overlast door afgevallen bladeren, geluid en schaduw, en dat het college zich niet had vergewist van kabels en leidingen in de grond. De Raad van State oordeelde dat het college de belangen voldoende had meegewogen, het advies van de commissie voor bezwaar- en beroepschriften had gevolgd en dat de bezwaren niet tot een ander besluit konden leiden.
Verder verklaarde de Raad het hoger beroep van één appellant niet-ontvankelijk omdat deze geen bezwaar of beroep had ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.