ECLI:NL:RVS:2003:AI1265
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunning voor inrichting sorteren en bewerken metaalafval
Bij besluit van 5 november 2002 verleende de provincie Groningen een milieuvergunning aan een besloten vennootschap voor het oprichten en tien jaar exploiteren van een inrichting voor het sorteren en bewerken van metaalhoudende afvalstoffen op een perceel te Hoogezand-Sappemeer. Appellante, een nabijgelegen exploitant, stelde beroep in tegen dit besluit met als belangrijkste bezwaar de vrees voor geur- en geluidshinder.
De Raad van State oordeelde dat het beroep voor zover het betrekking had op andere gronden dan geluidhinder niet-ontvankelijk was, omdat deze bedenkingen niet eerder tegen het ontwerpbesluit waren ingebracht en appellante geen uitzonderingspositie had. De grond van geluidhinder werd wel ontvankelijk verklaard en inhoudelijk beoordeeld.
De provincie had in het besluit geluidgrenswaarden opgenomen en voorschriften gesteld om geluid- en trillinghinder te beperken. Het akoestisch rapport maakte geen deel uit van het besluit, maar de provincie had nader onderzoek gedaan en voldoende waarborgen gesteld. De Raad van State vond geen aanleiding om aan te nemen dat de vergunninghouder niet aan de geluidvoorschriften zou voldoen.
Daarom werd het beroep voor het deel geluidhinder ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 20 augustus 2003.
Uitkomst: Het beroep wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond verklaard, waarbij alleen de geluidhindergrond ontvankelijk maar ongegrond is.