ECLI:NL:RVS:2003:AI1276
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- M.Z.C. Koutstaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vervallen EG-erkenning slachterij/uitsnijderij na intrekking door ministers
Appellant ontving op 8 mei 2000 bericht van de ministers dat zijn EG-erkenning voor slachterij/uitsnijderij was vervallen. Deze intrekking volgde op een besluit van 8 februari 2000 waarin werd bepaald dat de erkenning per 1 mei 2000 zou worden ingetrokken indien niet aan de gestelde eisen werd voldaan. Op 1 mei 2000 bleek dat appellant niet aan deze eisen voldeed.
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking, maar dit bezwaar werd op 7 maart 2002 niet-ontvankelijk verklaard omdat het vervallen van de erkenning het rechtsgevolg was van het eerdere besluit en de brief van 8 mei 2000 slechts een feitelijke mededeling betrof. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 24 januari 2003.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, maar ook dit werd ongegrond verklaard. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verbeterde de gronden door te benadrukken dat het vervallen van de erkenning een rechtstreeks gevolg was van het intrekkingsbesluit van 8 februari 2000. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de erkenning blijft vervallen.