ECLI:NL:RVS:2003:AI1431
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen nalaten besluit handhavingsverzoek Wet milieubeheer
Verzoeker heeft op 25 februari 2003 een handhavingsverzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek met betrekking tot een varkenshouderij op een perceel te een plaats. Na het uitblijven van een beslissing heeft verzoeker bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 7 mei 2003 reeds een voorlopige voorziening getroffen waarbij verweerder werd gelast binnen twee weken een besluit te nemen.
Verweerder heeft echter geen gevolg gegeven aan deze uitspraak. Verzoeker heeft daarop opnieuw een voorlopige voorziening gevraagd met een dwangsom voor het niet tijdig beslissen. De Voorzitter oordeelt dat verweerder op grond van artikel 8:72 van Pro de Algemene wet bestuursrecht gehouden was binnen de gestelde termijn te beslissen, maar dit niet heeft gedaan.
De Voorzitter treft een nieuwe voorlopige voorziening waarbij verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen en bekend te maken. Tevens wordt een dwangsom van €225 per dag, met een maximum van €9.000, opgelegd voor iedere dag dat het besluit uitblijft. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan verzoeker.
Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen en bij niet-naleving een dwangsom opgelegd.