ECLI:NL:RVS:2003:AI1451
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.M. Boll
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking erkenning periodieke voertuigkeuring wegens overtreding quarantaineregels
Appellant sub 1, de Directeur van de Dienst Wegverkeer, trok op 3 mei 2000 de erkenning in van appellant sub 2 voor het uitvoeren van periodieke keuringen van voertuigen tot 3500 kg wegens overtreding van artikel 45, tweede lid, van de Erkenningsregeling APK. Deze bepaling verbiedt wijzigingen aan het voertuig gedurende negentig minuten na afmelding, de zogenaamde quarantainetijd.
De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van appellant sub 2 gegrond en vernietigde het intrekkingsbesluit omdat de intrekking als onevenredig werd beschouwd, ondanks dat de overtreding aannemelijk was. Zowel de Directeur als appellant sub 2 stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de overtreding van het verbod op sleutelen tijdens de quarantainetijd voldoende aannemelijk was op basis van verklaringen van de steekproefcontroleur en getuigen. De stelling van de Directeur dat sprake was van grove ondermijning van het toezicht werd echter niet bewezen geacht. De Raad bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank, verbeterde de motivering en veroordeelde de Directeur tot betaling van proceskosten aan appellant sub 2.
De uitspraak onderstreept het belang van het naleven van de quarantaineregels bij voertuigkeuringen, maar stelt grenzen aan de proportionaliteit van sancties bij overtredingen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van de intrekking van de erkenning wegens disproportionaliteit en veroordeelt de Directeur tot betaling van proceskosten.