ECLI:NL:RVS:2003:AI1491
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- C.E.C.M. van Roosmalen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter inzake handhaving zonder geldige bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede heeft verzoeker aangeschreven om een bouwwerk te verwijderen dat zonder geldige bouwvergunning was gebouwd. De bouwvergunning was eerder herroepen omdat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan. Verzoeker maakte bezwaar tegen het handhavingsbesluit, dat deels ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde de besluiten.
Appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat verzoeker vanaf de herroeping nooit in het bezit was geweest van een geldige bouwvergunning en dat het college bevoegd was om handhavend op te treden. Er waren geen bijzondere omstandigheden die handhaving in de weg stonden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond. Tevens werd appellanten het betaalde griffierecht vergoed. Hiermee werd bevestigd dat het college terecht handhavend optrad tegen het bouwwerk zonder geldige vergunning.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van verzoeker ongegrond verklaard.