ECLI:NL:RVS:2003:AI1748
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vergoeding rechtsbijstand in vreemdelingenzaak
Het bureau rechtsbijstandvoorziening stelde een vergoeding vast voor de verleende rechtsbijstand aan verzoeker in een vreemdelingenrechtelijke zaak. Deze vergoeding werd verlaagd met een bedrag dat overeenkwam met een proceskostenvergoeding die door het bestuursorgaan aan de cliënt was toegekend.
Verzoeker stelde dat hij geen aanspraak had op betalingen van derden en betwistte de verrekening. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde de beslissing van het bureau. Het bureau ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat artikel 57, derde lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 1994 geen grondslag biedt voor verrekening van een vergoeding die rechtstreeks aan de cliënt is toegekend met de vergoeding aan de rechtsbijstandverlener. De declaratiepraktijk van het bureau was niet met stukken onderbouwd en de vergoeding was bedoeld voor de cliënt, niet voor verzoeker. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het bureau rechtsbijstandvoorziening wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.