ECLI:NL:RVS:2003:AI1778
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing basissubsidieaanvraag beeldend kunstenaar door bestuur Fonds
Appellant heeft bij het bestuur van de Stichting Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst een aanvraag ingediend voor een basissubsidie, welke op 15 maart 2002 is afgewezen. Het bestuur verklaarde het bezwaar ongegrond en de voorzieningenrechter bevestigde deze afwijzing op 4 december 2002. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
In hoger beroep betoogde appellant dat het bestuur onrechtmatig had gehandeld door gegevens in zijn aanvraag te wijzigen, wat het bestuur ontkende en waarvoor geen bewijs werd geleverd. De Raad van State stelde vast dat onduidelijkheid bestond over de aard van de aanvraag (productiesubsidie of basisstipendium) door de wijze van invullen door appellant en het uitblijven van nadere toelichting.
De Afdeling oordeelde dat het bestuur de aanvraag terecht als productiesubsidie heeft aangemerkt en dat appellant hierdoor niet in zijn belangen is geschaad, omdat de beoordelingscriteria en advisering voor beide subsidievormen gelijk zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag bevestigd.