ECLI:NL:RVS:2003:AJ3308
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning geluidgrenswaarden melkrundveehouderij wegens onvoldoende motivering
Bij besluit van 10 september 2002 verleende het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een melkrundveehouderij. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden beroep in bij de Raad van State. Een van de geschilpunten betrof de wijze van inbrengen van bedenkingen per e-mail, waarbij de Raad oordeelde dat deze niet schriftelijk waren ingediend conform de Algemene wet bestuursrecht, waardoor het beroep van een appellant niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde verder dat het besluit onzorgvuldig was genomen omdat in de vergunning geen geluidgrenswaarden voor de nachtperiode waren gesteld, terwijl de gehanteerde Handreiking industrielawaai dit voorschreef. Ook ontbraken maximale geluidniveaus (Lmax) voor de nachtperiode, wat eveneens strijdig was met de zorgvuldigheidseisen. Het akoestisch onderzoek werd als representatief beoordeeld, en de vergunninghouder had voldoende informatie verstrekt.
Daarnaast werd geoordeeld dat de vergunningverlening niet in strijd was met de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, omdat de ammoniakdepositie op het nabijgelegen beschermde gebied Engbertsdijksvenen onvoldoende was om significante nadelige effecten te veroorzaken. De Raad vernietigde het besluit voor zover het geluidgrenswaarden betrof en beval het college een nieuw besluit te nemen binnen acht weken, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit wordt gedeeltelijk vernietigd wegens ontbrekende geluidgrenswaarden voor de nachtperiode en onvoldoende motivering, met de opdracht tot hernieuwde besluitvorming binnen acht weken.