ECLI:NL:RVS:2003:AJ3341
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W. van den Brink
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen bouwvergunning manege wegens milieu- en ruimtelijke bezwaren
Het college van burgemeester en wethouders van Purmerend verleende op 22 oktober 2002 een bouwvergunning voor het oprichten van een manege met bijbehorende faciliteiten. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze vergunning en het daaropvolgende besluit van het college verklaarde dit bezwaar ongegrond. De voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van verzoekers eveneens ongegrond.
Verzoekers stelden vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening bij de Raad van State, omdat er twijfels waren over de aanwezigheid van een milieuvergunning en de ruimtelijke onderbouwing van het besluit. De Voorzitter overwoog dat de vraag of een aanhoudingsplicht bestond en of de Flora- en Faunawet een belemmering vormde, in de bodemprocedure moest worden beoordeeld. Daarnaast bleek dat de milieuvergunning voor de manege was vernietigd en niet aannemelijk was dat een nieuwe vergunning tijdig zou worden verkregen.
Gezien deze omstandigheden achtte de Voorzitter het noodzakelijk om de besluiten van het college te schorsen bij wijze van voorlopige voorziening. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan verzoekers. De uitspraak werd uitgesproken op 4 september 2003.
Uitkomst: De bouwvergunning en het besluit op bezwaar zijn geschorst en het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.