ECLI:NL:RVS:2003:AJ3363
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G.A.A.M. Boot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning voor bergingen op woonwagenlocatie Zuiderpolder-Noord te Haarlem
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem verleende op 9 mei 2001 een bouwvergunning voor zestien bergingen op de woonwagenlocatie Zuiderpolder-Noord. Appellanten, waaronder een bedrijfspensioenfonds en bewoners, maakten bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de vergunning ten onrechte was verleend aan een niet-juridische entiteit en dat de bergingen niet afzonderlijk van de woonwagens vergund mochten worden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vergunning aan de gemeente Haarlem was verleend, aangezien de Sector Stedelijke Ontwikkeling een onderdeel daarvan is. Tevens werd vastgesteld dat de bergingen als bijgebouwen binnen het bestemmingsplan passen en dat zij niet onlosmakelijk verbonden zijn met de woonwagens.
Verder werd geoordeeld dat de bouwtekeningen duidelijk maken welk type berging is vergund en dat er geen strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het college de vergunning terecht heeft verleend op grond van artikel 44 van Pro de Woningwet. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning voor de bergingen wordt bevestigd.