ECLI:NL:RVS:2003:AJ3372
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen vrijstellingsverzoek WRO
Appellante verzocht bij brief om herziening van het bestemmingsplan en bracht in een latere zienswijze de mogelijkheid van een vrijstelling op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) naar voren. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op het vrijstellingsverzoek niet-ontvankelijk, omdat het college geen verzoek om vrijstelling had ontvangen.
Appellante stelde in hoger beroep dat het college ten onrechte had geoordeeld dat er geen verzoek om vrijstelling was gedaan. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de brieven van appellante niet als een verzoek aan het college konden worden opgevat en dat ook de brief aan de gemeenteraad niet als een bezwaarschrift tegen het uitblijven van een beslissing op een vrijstellingsverzoek kon worden gezien.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op een verzoek om vrijstelling op grond van artikel 19 WRO.