ECLI:NL:RVS:2003:AK3993
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen besluiten vaststelling streekplan Kennemerland en partiële herziening
Bij besluit van 14 december 1998 stelde de provincie Noord-Holland het streekplan Kennemerland vast. Tegen dit plan werden bezwaren ingediend waarop bij besluit van 8 oktober 2001 werd beslist, met enkele wijzigingen. Vervolgens werd bij besluit van 21 oktober 2002 een wijziging van de stedelijke contour nabij het voormalige Provinciaal Ziekenhuis Meer en Berg vastgesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak moest beoordelen of zij bevoegd was kennis te nemen van de beroepen tegen deze besluiten. Het besluit van 8 oktober 2001 werd als een volledige beslissing op bezwaar gekwalificeerd, terwijl het besluit van 21 oktober 2002 werd aangemerkt als een partiële herziening van het streekplan, waarvoor de Afdeling geen bevoegdheid tot kennisneming toekent.
Daarnaast werd vastgesteld dat het streekplan Kennemerland grotendeels is vervangen door het streekplan Noord-Holland-Zuid, waardoor het procesbelang van appellanten is komen te vervallen. Hierdoor werden de beroepen tegen het besluit van 8 oktober 2001 niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling veroordeelde de provincie Noord-Holland tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan de appellanten vanwege het late ter inzage leggen van het besluit van 8 oktober 2001 en de omstandigheden van het geschil.
De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 17 september 2003.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit van 8 oktober 2001 zijn niet-ontvankelijk verklaard en de Afdeling is onbevoegd ten aanzien van het besluit van 21 oktober 2002; de provincie Noord-Holland is veroordeeld tot proceskostenvergoeding.