ECLI:NL:RVS:2003:AK4050
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen opschorting aanwijzing certificeringsinstelling Bouwstoffenbesluit
Appellante was aangewezen als certificeringsinstelling in het kader van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewateren. Verweerders hebben bij besluit van 29 mei 2002 de aanwijzing van appellante opgeschort tot 20 oktober 2002. Appellante maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening, die werd toegewezen waardoor het besluit van 29 mei 2002 nooit in werking trad.
Bij besluit van 6 januari 2003 werd het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, maar het besluit van 29 mei 2002 onder nadere motivering gehandhaafd. Appellante stelde dat zij belang had bij inhoudelijke behandeling omdat haar bevoegdheid met terugwerkende kracht zou zijn opgeschort en zij civielrechtelijke gevolgen vreesde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van 29 mei 2002 nooit in werking is getreden en dat appellante derhalve steeds bevoegd is geweest certificaten af te geven. Het handhaven van het besluit van 29 mei 2002 door verweerders leidde niet tot nieuwe opschortingstermijn. Gezien het ontbreken van belang verklaarde de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit tot opschorting nooit in werking is getreden.