ECLI:NL:RVS:2003:AL1480
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing voor voorzieningen bij plas Kalverbroek
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 14 augustus 2001 gedeeltelijk ontheffing voor 27 voorzieningen bij de plas Kalverbroek te Reeuwijk en weigerde deze deels. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
Appellanten voerden aan dat het college ten onrechte de aanvraag aan de Verordening watergebieden en pleziervaart (VWP) had getoetst in plaats van aan het bestemmingsplan. De Raad van State oordeelde dat beide toetsingskaders naast elkaar kunnen bestaan en dat het college bevoegd was de aanvraag aan de VWP te toetsen.
Verder vond de Raad dat het college bij de belangenafweging terecht het landschappelijke en ecologische belang zwaarder heeft laten wegen dan het belang van appellanten bij het handhaven van de voorzieningen. Ook het betoog dat het zomerhuisje al aanwezig was bij de inventarisatie in 1985 werd verworpen, omdat de inventarisatie in maart 1986 plaatsvond en toen het zomerhuisje niet aanwezig was.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.