ECLI:NL:RVS:2003:AL1487
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- F.P. Zwart
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning met binnenplanse vrijstellingen voor appartementen en woningen aan Wolvenplein Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 9 april 2002 een bouwvergunning aan ABB Bouw B.V. voor de bouw van 24 appartementen, 3 woningen en een ondergrondse parkeergarage aan het Wolvenplein te Utrecht, met binnenplanse vrijstellingen op grond van het Stadsvernieuwingsplan Noordelijke Oude Stad. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden dat onder meer de hoogte, afstand tot hun woningen, verkeersoverlast, behoefte aan appartementen, daglichttoetreding en privacy niet in redelijkheid waren afgewogen.
De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen ongegrond en het hoger beroep bij de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de hoogte en afstand van de bouwwerken overeenkomen met de vergunde tekeningen en dat de vermeende afwijkingen geen rol spelen bij de rechtmatigheid van de vergunning. Het college heeft de belangen zorgvuldig afgewogen en kon redelijk oordelen dat de parkeergarage planologisch aanvaardbaar is en dat de toename van verkeersbewegingen acceptabel is.
Ook de stelling dat de behoefte aan appartementen gering zou zijn, wordt verworpen omdat aannemelijk is gemaakt dat die behoefte aanwezig is. De vermeende onaanvaardbare vermindering van daglichttoetreding en schending van privacy worden niet gegrond verklaard, mede gezien de aanpassingen in het bouwplan. Schade aan woningen door bouwwerkzaamheden wordt buiten beschouwing gelaten omdat deze voortvloeit uit de uitvoering van het bouwplan.
De Raad concludeert dat het college bij de belangenafweging in redelijkheid tot het verlenen van de vrijstellingen heeft kunnen besluiten en bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bouwvergunning met binnenplanse vrijstellingen en verklaart het hoger beroep ongegrond.