ECLI:NL:RVS:2003:AL1490
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- E.A. Alkema
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aanwijzing instandhouder slaras Dorée de Printemps door Raad voor het Kwekersrecht
Appellant werd door de Raad voor het Kwekersrecht aangewezen als instandhouder van het slaras Chagall, maar de Raad weigerde hem als instandhouder van de slarassen Vitano en Dorée de Printemps te registreren. Na diverse procedures en vernietigingen van eerdere besluiten, nam de Raad nieuwe besluiten waarbij appellant opnieuw werd aangewezen voor Chagall en Vitano, maar geweigerd voor Dorée de Printemps.
Appellant stelde dat de Raad niet tijdig een nieuw besluit had genomen en dat hij ten onrechte was geweigerd als instandhouder van Dorée de Printemps. De rechtbank oordeelde dat de Raad tijdig en zorgvuldig had gehandeld en dat de weigering gegrond was. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit oordeel en wees erop dat de Richtlijn 70/458/EEG het aanwijzen van instandhouders voor rassen die niet in het Nederlands Rassenregister zijn opgenomen niet verplicht stelt.
De Afdeling concludeerde dat de Raad bevoegd was het verzoek tot aanwijzing als instandhouder van Dorée de Printemps te weigeren en dat de Raad de uitspraak van de Afdeling van 3 april 2002 correct had uitgevoerd. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.