ECLI:NL:RVS:2003:AL1505
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving dwangsombesluit voor illegale ligplaats vaartuig in Oegstgeest
Het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest heeft appellante gelast haar vaartuig, dat langer is dan zes meter en afgemeerd ligt buiten de aangewezen wateren, te verwijderen. Dit onder dreiging van een dwangsom wegens overtreding van artikel 5.3.2.A van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
Appellante voerde bezwaar aan tegen het besluit, maar het college verklaarde dit ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit. Appellante stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellante handelt in strijd met de APV, dat het college bevoegd was tot het opleggen van het dwangsombesluit en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die handhaving in de weg staan. Ook is geen compensatie voor waardeverlies van het vaartuig gerechtvaardigd omdat er nooit sprake was van een vergunde ligplaats.
De belangenafweging door het college, gericht op het voorkomen van wildgroei van vaartuigen en het behoud van beeldkwaliteit en vrij uitzicht, is redelijk. Appellante kreeg ruim een jaar de tijd om een alternatieve ligplaats te vinden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; dwangsombesluit tot verwijdering vaartuig bevestigd.