ECLI:NL:RVS:2003:AL1518
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Weigering milieuvergunning voor uitbreiding opvang cavia's wegens stankhinder
Verweerder heeft op 12 maart 2003 een vergunning geweigerd voor het uitbreiden van een inrichting voor opvang en herplaatsing van cavia's. Appellante stelde dat de vergunning ten onrechte werd geweigerd, onder meer omdat de omgeving agrarisch is en de afstandsnorm voor cavia's 50 meter zou moeten zijn. Verweerder baseerde zijn besluit op de Wet milieubeheer en de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996, waarbij een afstand van 100 meter tot categorie I- en II-objecten wordt aangehouden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verweerder binnen zijn beoordelingsvrijheid handelde door deze afstandsnormen toe te passen en dat de omgeving als categorie II moet worden gezien vanwege verspreide bebouwing met woonfunctie. De uitbreiding zou leiden tot een toename van het aantal dieren in een al overbelaste situatie en een afname van de afstand tot de dichtstbijzijnde woning, waardoor onaanvaardbare stankhinder zou ontstaan.
Daarom was het besluit tot weigering van de vergunning terecht. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De vergunning voor uitbreiding van de caviaopvang wordt geweigerd vanwege onvoldoende afstand tot woningen en risico op onaanvaardbare stankhinder.