ECLI:NL:RVS:2003:AL3269

Raad van State

Datum uitspraak
26 september 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200303898/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.J. Hoekstra
  • A.J. Soede
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan De Woonakker in Breda

Bij besluit van 26 september 2003 heeft de gemeenteraad van Breda het bestemmingsplan 'De Woonakker' vastgesteld, dat voorziet in de bouw van 650 woningen ten noorden van de kern Teteringen. Verzoekers, waaronder Beheer Breda B.V., maakten bezwaar tegen de goedkeuring van de bestemming 'Woondoeleinden nader uit te werken –UW–' binnen de milieucirkels van hun bedrijven, omdat zij vrezen dat dit hun bedrijfsvoering zal belemmeren.

Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat de woningen worden gebouwd voordat in de bodemprocedure uitspraak wordt gedaan. Tijdens de zitting op 11 september 2003 bleek echter dat de bouw vanwege de levering van gronden niet eerder dan in 2005 kan beginnen.

De Voorzitter oordeelt daarom dat er geen spoedeisend belang is dat het treffen van de voorlopige voorziening rechtvaardigt. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek wordt dan ook afgewezen. Deze uitspraak heeft een voorlopig karakter en is niet bindend voor de bodemprocedure.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan De Woonakker wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

200303898/2.
Datum uitspraak: 26 september 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
de besloten vennootschap "Beheer Breda B.V." en anderen, gevestigd te Teteringen,
verzoekers,
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 26 september 2003 heeft de gemeenteraad van Breda het bestemmingsplan "De Woonakker" vastgesteld.
Verweerder heeft bij zijn besluit van 22 april 2003, no. 864437, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.
Tegen dit besluit hebben onder meer verzoekers bij brief van 20 juni 2003, bij de Raad van State ingekomen op 23 juni 2003, beroep ingesteld.
Bij brief van 20 juni 2003, bij de Raad van State ingekomen op 23 juni 2003, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 11 september 2003, waar verzoekers, vertegenwoordigd door [directeur] van de besloten vennootschap “Beheer Breda B.V.” en [directeur] van de besloten vennootschap [naam bedrijf], en mr. M.P.l. Wolf, advocaat te Breda, zijn verschenen. Verweerder is, met berichtgeving, niet verschenen.
Voorts is daar gehoord de gemeenteraad van Breda, vertegenwoordigd door A.J.J. Neele, ambtenaar van de gemeente.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan voorziet in de bouw van 650 woningen ten noorden van de kern Teteringen.
2.3. Verzoekers kunnen zich niet verenigen met de goedkeuring van de bestemming “Woondoeleinden nader uit te werken –UW-”, voorzover deze is toegekend aan gronden gelegen binnen de milieucirkels van hun bedrijven. Zij voeren aan dat de bouw van woningen binnen deze milieucirkels hun bedrijfsvoering zal belemmeren.
2.4. Met het verzoek beogen verzoekers te voorkomen dat de woningen al zijn gebouwd voordat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure.
Ter zitting is echter gebleken dat in verband met de levering van de door de gemeente aangekochte gronden de bouw van de woningen niet eerder dan in 2005 kan aanvangen. Gelet hierop is de Voorzitter van oordeel dat met het verzoek geen spoedeisend belang is gemoeid, dat het treffen van de verzochte voorziening rechtvaardigt.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van Staat.
w.g. Hoekstra w.g. Soede
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 26 september 2003
270-377.