ECLI:NL:RVS:2003:AL3273
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W. Konijnenbelt
- T.I. van Koten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onjuiste geluidgrenswaarde bij horecagelegenheid
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde aan appellante een last onder dwangsom op wegens overschrijding van geluidgrenswaarden uit het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen. De dwangsom bedroeg € 2.500 per week met een maximum van € 10.000.
Appellante voerde aan dat zij voldeed aan de verhoogde geluidgrenswaarde van 45 dB(A) in de nachtperiode, gebaseerd op een geluidmeting en de regeling dat voor inrichtingen opgericht vóór medio 1992 een verhoging van 5 dB geldt. Verweerder stelde dat deze verhoging niet van toepassing was en dat de grenswaarde van 40 dB(A) werd overschreden.
De Raad van State oordeelde dat de verhoging van 5 dB inderdaad van toepassing is op de inrichting, aangezien deze medio 1992 is opgericht en geen lagere milieuvergunning van kracht was. Verweerder was ten onrechte uitgegaan van de lagere grenswaarde van 40 dB(A). Hierdoor was het besluit onvoldoende gemotiveerd en in strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot last onder dwangsom wordt vernietigd; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.