ECLI:NL:RVS:2003:AL3280

Raad van State

Datum uitspraak
22 september 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200305414/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T.M.A. Claessens
  • M.Z.C. Koutstaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen hernieuwde beslissing bezwaar ligplaats woonboot

Verzoeker, het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Noord, had aan een partij een vergunning verleend voor het innemen van een ligplaats met een woonboot. Reliplan Adviesgroep B.V. maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door verzoeker werd afgewezen. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van Reliplan gegrond en vernietigde de beslissing op bezwaar.

Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij opnieuw op het bezwaar zou moeten beslissen zolang het hoger beroep loopt. De Voorzitter behandelde het verzoek en oordeelde dat het niet onaannemelijk is dat de Raad van State in de bodemprocedure de uitspraak van de rechtbank zal vernietigen.

Gezien het ontbreken van een spoedeisend belang van Reliplan en de langdurige situatie, besloot de Voorzitter dat verzoeker geen nieuwe beslissing op bezwaar hoeft te nemen voordat het hoger beroep is afgerond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Verzoeker hoeft geen nieuwe beslissing op bezwaar te nemen totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

200305414/2.
Datum uitspraak: 22 september 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Noord,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank te Amsterdam van 7 juli 2003 in het geding tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Reliplan Adviesgroep B.V.", gevestigd te Amsterdam
en
verzoeker.
1. Procesverloop
Bij besluit van 20 maart 2001 heeft verzoeker aan [partij] vergunning verleend voor het innemen van een ligplaats aan de Buiksloterdijk t/o nr. [locatie] te [plaats] met de woonboot "[naam]".
Bij besluit van 20 augustus 2001 heeft verzoeker het daartegen door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Reliplan Adviesgroep B.V." (hierna: Reliplan) gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 7 juli 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Amsterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen door Reliplan ingestelde beroep gegrond verklaard en de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij (ongedateerde) brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 augustus 2003, hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 11 september 2003, waar verzoeker, vertegenwoordigd door mr. drs. A. Wagenmakers, ambtenaar der gemeente, en Reliplan, vertegenwoordigd door mr. M.E. van Huet, advocaat te Amsterdam, en [partij], in persoon, bijgestaan door [gemachtigde], zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het verzoek om voorlopige voorziening is erop gericht om hangende de hoger beroepsprocedure niet opnieuw te hoeven beslissen op het door Reliplan gemaakte bezwaar.
2.3. De Voorzitter acht het niet onaannemelijk dat de Afdeling in de bodemprocedure tot een vernietiging van de aangevallen uitspraak komt.
Nu bovendien de stukken en het verhandelde ter zitting de Voorzitter geen reden geven te veronderstellen dat Reliplan een spoedeisend belang heeft bij een nieuwe beslissing op bezwaar en er voorts sprake is van een reeds lang bestaande situatie, ziet de Voorzitter aanleiding voor het treffen van de hierna te melden voorlopige voorziening.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker geen nieuwe beslissing op het bezwaar hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.Z.C. Koutstaal, ambtenaar van Staat.
w.g. Claessens w.g. Koutstaal
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 22 september 2003
383.