ECLI:NL:RVS:2003:AL3322
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- B.J. van Ettekoven
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bouwvergunning voor bedrijfswoning wegens ontbreken zelfstandig agrarisch bedrijf
Het college van burgemeester en wethouders van Best weigerde een bouwvergunning voor een akkerbouwloods en bedrijfswoning op een perceel bestemd als landelijk gebied. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank dat het college het bezwaar tegen de weigering van de bedrijfswoning ten onrechte ongegrond had verklaard en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. Het college handhaafde daarop de weigering.
Appellant stelde dat het advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB) ten onrechte aan de beslissing ten grondslag lag, maar de Afdeling oordeelde dat het advies los van het planologische kader was gegeven en gericht was op de vraag of sprake was van een reëel agrarisch bedrijf.
De Afdeling overwoog dat het bouwwerk niet alleen bestemmingsplanconform moet zijn, maar ook het beoogde gebruik moet passen binnen de bestemming. De rechtbank had buiten het geschil geoordeeld over een andere voorwaarde, maar dit leidde niet tot vernietiging.
Vast stond dat de gronden deels eigendom waren van de vader van appellant en deels in gebruik bij het bestaande bedrijf, dat niet werd opgeheven. De boomkwekerijactiviteiten en bouwplan werden gefinancierd door de maatschap van appellant en zijn vader. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het college gegronde twijfel had over het realiteitsgehalte van het plan en de vergunning terecht had geweigerd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de bouwvergunning voor de bedrijfswoning wegens het ontbreken van een zelfstandig agrarisch bedrijf.