ECLI:NL:RVS:2003:AL3334
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbende bij wijziging subsidieverlening Doorstroomas Hengelo CS-Vossebelt
De Minister van Verkeer en Waterstaat wijzigde op 8 mei 2001 zijn eerdere subsidiebesluit voor de aanleg van de Doorstroomas Hengelo CS-Vossebelt. Stichting (h)Eerlijk Hengelo stelde bezwaar tegen deze wijziging, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Almelo verklaarde het beroep van de stichting ongegrond. De stichting stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de stichting als belanghebbende kon worden aangemerkt bij het wijzigingsbesluit. De stichting stelde dat zij haar statutaire doelstellingen, waaronder het toetsen van verkeersbeleid en het bevorderen van openbaar vervoer en verkeersveiligheid in Hengelo, in het geding zag.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het belang van de stichting te algemeen en onvoldoende specifiek was om als belanghebbende te worden erkend. Het streven naar controle op subsidiëring en verkeersbeleid, hoewel gericht op de regio Hengelo, was niet concreet genoeg om het rechtstreekse belang te onderbouwen. Daarmee werd het oordeel van de rechtbank bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 1 oktober 2003 in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van Stichting (h)Eerlijk Hengelo wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.