ECLI:NL:RVS:2003:AL3349
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning kampeerplaats Recreatiecentrum De Noordster ondanks bezwaren appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Westerveld verleende op 29 augustus 2000 een vergunning aan Recreatiecentrum De Noordster voor het houden van een kampeerplaats. Na bezwaar van appellant, eigenaar van een recreatiebungalow nabij het terrein, werd het besluit herroepen en een nieuwe vergunning verleend met voorschriften over beplanting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellant voerde aan dat de vergunningverlening onrechtmatig was vanwege het overschrijden van de overgangsperiode, de aanwijzing van het gebied als speciale beschermingszone onder de Vogel- en Habitatrichtlijn, en het ontbreken van een uitwerkingsplan. Ook stelde hij dat het aan de vergunning verbonden beplantingsvoorschrift onvoldoende was en dat de bereikbaarheid van hulpdiensten onvoldoende was.
De Raad van State oordeelde dat de overgangsperiode en het ontbreken van een uitwerkingsplan geen belemmering vormden voor vergunningverlening. De aanwijzing als speciale beschermingszone leidde niet tot strijd met de Habitatrichtlijn, mede omdat appellant geen aannemelijk bewijs leverde van significante verslechtering van de natuur. Het beplantingsvoorschrift werd als redelijk beoordeeld en het bezwaar over bereikbaarheid van hulpdiensten faalde wegens gebrek aan bewijs. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening bevestigd.