ECLI:NL:RVS:2003:AL3394
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering eigenaar-bewoner vuurwerkramp wegens niet-bewoning
Appellante, mede-eigenaar van een woning die door de vuurwerkramp volledig werd vernietigd, vroeg een uitkering aan op grond van de Regeling eigenaar-bewoners vuurwerkramp. Deze regeling verleent een bijdrage aan eigenaar-bewoners van woningen die onbewoonbaar zijn verklaard of vernietigd. Appellante woonde echter niet in de betreffende woning ten tijde van de ramp, maar in een andere huurwoning die eveneens werd vernietigd.
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede wees de aanvraag af, omdat appellante niet voldeed aan de bewonerseis. Ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard. Appellante stelde dat het college de regeling te strikt toepaste en dat de hardheidsclausule van artikel 11 van Pro de regeling had moeten worden toegepast, mede vanwege onvoldoende informatieverstrekking en het ontbreken van een hoorzitting.
De Raad van State oordeelde dat de bewonerseis een essentiële voorwaarde is en dat de gevolgen voor niet-bewoners bewust zijn onderkend in de regeling. De gemeente had appellante adequaat geïnformeerd over de verschillende regelingen. Er was geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen. De rechtbank had dit oordeel terecht bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkering wordt bevestigd.