ECLI:NL:RVS:2003:AL3396
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging nadere milieueisen wegens onvoldoende motivering en onzekere maatschappelijke ontwikkeling
Het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer stelde op 18 februari 2003 nadere milieueisen aan de inrichting van appellante op een perceel in Boxmeer. Deze eisen betroffen geluidsnormen die hoger lagen dan de standaardwaarden in het Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer, vanwege de geplande bouw van een brede school nabij de inrichting.
Appellante stelde dat deze nadere eisen op onjuiste gronden waren gesteld. Verweerder voerde aan dat de verhoging noodzakelijk was omdat de inrichting na de bouw van de brede school niet aan de standaard geluidsgrenswaarden zou kunnen voldoen. Echter, uit de stukken en de zitting bleek dat nog geen verklaring van geen bezwaar van gedeputeerde staten was ontvangen voor de benodigde vrijstelling van het bestemmingsplan voor de brede school, waardoor de komst van de brede school niet redelijkerwijs te verwachten was.
De Raad van State oordeelde dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en dat de veronderstelling van een maatschappelijke ontwikkeling (de brede school) niet kon worden bevestigd. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de nadere eisen betrof. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit met nadere eisen wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onzekere maatschappelijke ontwikkeling.