ECLI:NL:RVS:2003:AL3397
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onjuiste toepassing vergunningplicht Wet milieubeheer
Bij besluit van 27 november 2002 legde het college van burgemeester en wethouders van Wester-Koggenland aan appellante een last onder dwangsom op wegens het niet beschikken over een revisievergunning na 1 januari 2004. De dwangsom bedroeg € 15.000 per maand met een maximum van € 60.000. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 4 maart 2003 ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde zij beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer het verboden is een inrichting zonder vergunning in werking te hebben. De last onder dwangsom moet volgens artikel 5:32 van Pro de Algemene wet bestuursrecht ertoe strekken een overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding te voorkomen. De opgelegde last onder dwangsom richtte zich echter op het niet beschikken over een revisievergunning na 1 januari 2004, wat niet gelijk staat aan het ongedaan maken van een overtreding.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Het college werd opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van proceskosten en het griffierecht aan appellante. De uitspraak werd gedaan door mr. W. Konijnenbelt namens de enkelvoudige kamer van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom wordt vernietigd.