ECLI:NL:RVS:2003:AL3399
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor kappen en verplanten bomen in Amsterdam Oud-Zuid
Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Oud-Zuid heeft vergunningen verleend voor het kappen van diverse bomen en het verplanten van anderen in de openbare ruimte van verschillende straten in Amsterdam. Deze vergunningen zijn onderdeel van een herinrichtingsplan dat op 6 maart 2002 is vastgesteld.
De stichting Belangenbehartiging Bewoners en Ondernemers Oud-Zuid heeft bezwaar gemaakt tegen deze vergunningen, dat door het Dagelijks Bestuur is afgewezen. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter het beroep van de stichting ongegrond verklaard. De stichting stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State heeft overwogen dat het Dagelijks Bestuur binnen de discretionaire bevoegdheid van de Bomenverordening Amsterdam Oud-Zuid 2001 heeft gehandeld. De belangenafweging tussen verkeersveiligheid en behoud van bomen is zorgvuldig gemaakt, waarbij ook alternatieven zijn betrokken. De grieven van appellante zijn voornamelijk herhalingen van eerdere bezwaren en leiden niet tot een ander oordeel.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunningen voor het kappen en verplanten van bomen worden bevestigd.