ECLI:NL:RVS:2003:AL7558
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W. Konijnenbelt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek handhaving wegens ontbreken inrichting onder Wet milieubeheer
Bij besluit van 24 maart 2003 wees het college van burgemeester en wethouders van Drechterland het verzoek van appellant af om bestuurlijke handhavingsmaatregelen te treffen met betrekking tot een perceel te Drechterland. Appellant stelde dat op het perceel activiteiten plaatsvonden zonder vereiste milieuvergunning en dat hinder werd ondervonden.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verweerder inhoudelijk op het verzoek was ingegaan en dat geen sprake was van een schriftelijke weigering een besluit te nemen. Vervolgens werd onderzocht of de activiteiten op het perceel kwalificeerden als een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, waarvoor een vergunning vereist is.
Uit de stukken en de zitting bleek dat het gebruik van de paardenbak, lichtmasten en paardenstal een hobbymatig karakter had en dat niet aannemelijk was dat andere activiteiten met voldoende frequentie en continuïteit plaatsvonden. Daarom was er geen sprake van een inrichting. Gezien dit oordeel was verweerder niet bevoegd handhavingsmaatregelen toe te passen en was de afwijzing terecht.
De Voorzitter zag geen aanleiding tot nader onderzoek en wees het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om handhaving is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.