ECLI:NL:RVS:2003:AL7616
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging besluit vergunning lozing afvalwater en voorschriften
Het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap van West-Brabant trok bij besluit van 19 september 2002 de eerder verleende vergunning in en verleende een nieuwe tijdelijke vergunning voor het lozen van afvalwater en regenwater. Tevens werd een vergunning geweigerd voor het verdunnen van afvalwaterstromen met oppervlaktewater voorafgaand aan behandeling in de afvalwaterbehandelingsinstallatie.
Appellante stelde dat de weigering onterecht was omdat haar installatie mede was ontworpen voor afvalwater met hoog CZV-gehalte en verdunning noodzakelijk is. Verweerder baseerde de weigering op rapporten en stelde dat oppervlaktewater niet gebruikt mag worden voor verdunning. Een deskundigenbericht concludeerde dat de voorgestelde voorzuivering niet toepasbaar was en dat de weigering onvoldoende was gemotiveerd.
Daarnaast waren er geschillen over de geldigheidsduur van de vergunning en diverse voorschriften (1, 6.3, 10.1, 10.2, 16.5). De Afdeling oordeelde dat enkele voorschriften en de weigering van de vergunning voor verdunning niet deugdelijk waren gemotiveerd en vernietigde het besluit gedeeltelijk. Verweerder werd opgedragen binnen dertien weken een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het Hoogheemraadschap wordt gedeeltelijk vernietigd en het moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.