ECLI:NL:RVS:2003:AL7692
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen last onder dwangsom voor overtreding mestvoorschriften agrarisch bedrijf
Verweerder legde aan appellant een last onder dwangsom op wegens overtreding van voorschriften D.5 en D.7 uit de milieuvergunning voor een agrarisch bedrijf. De dwangsom betrof € 500 per overtreding van voorschrift D.5 en € 3.000 per kwartaal bij niet-naleving van voorschrift D.7, met een maximum van € 10.000 per voorschrift.
Appellant voerde aan dat het vaker afvoeren van mest meer overlast veroorzaakt dan eenmaal per jaar, omdat mest geen geur veroorzaakt zolang deze opgeslagen ligt en slechts eenmaal per jaar op het land kan worden gebruikt. Verweerder stelde dat vanwege de nabijheid van woningen en het ontbreken van afdekking viermaal per jaar afvoeren noodzakelijk is om overlast te beperken.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep ongegrond is omdat appellant niet tijdig beroep had ingesteld tegen de vergunning zelf, die onherroepelijk is geworden. De Afdeling vond dat verweerder in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die handhaving in de weg staan. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en de dwangsom blijft gehandhaafd.