ECLI:NL:RVS:2003:AL8908
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake handhaving en intrekking milieuvergunning
Verzoeker, eigenaar van een perceel nabij een inrichting, vreesde geluidhinder en stelde dat bij de vergunningaanvraag geen akoestisch rapport was overgelegd zoals vereist in artikel 5.10 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Ivb). Hij verzocht om handhaving via een last onder dwangsom of intrekking van de vergunning op grond van artikel 8.25 van de Wet milieubeheer.
Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Liesveld, wees het verzoek tot handhaving af omdat hij zich niet bevoegd achtte tot handhaving. Het verzoek tot intrekking werd eveneens afgewezen omdat de nadelige milieugevolgen naar zijn oordeel voldoende werden beperkt door de voorschriften van de revisievergunning.
De Voorzitter overwoog dat artikel 5.10 Ivb geen verplichting oplegt aan de vergunninghouder om een akoestisch rapport over te leggen, maar slechts een bevoegdheid geeft aan het bevoegd gezag om dit te verlangen. Verweerder had geen aanleiding gezien om een dergelijk rapport te eisen en verzoeker had geen bedenkingen tegen de vergunning ingediend. Er was geen sprake van overtreding en geen grond voor intrekking van de vergunning.
Daarom wees de Voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.