ECLI:NL:RVS:2003:AL8909
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Geen referendum over parkeerbelastingverordening Hilversum 2003-2
Bij besluit van 5 augustus 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum bepaald dat over de parkeerbelastingverordening Hilversum 2003-2, vastgesteld door de gemeenteraad op 3 september 2003, geen referendum kan worden gehouden. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 7 oktober 2003. Het beroep was gebaseerd op de Tijdelijke referendumwet, waarbij appellant aanvankelijk een kennelijke verschrijving maakte in de wetsartikelen waarop het beroep was gebaseerd. De Raad oordeelde dat het beroep ontvankelijk was.
De kern van het geschil betrof de vraag of de parkeerbelastingverordening uitsluitend betrekking heeft op gemeentelijke belastingen, waardoor op grond van de Tijdelijke referendumverordening geen referendum gehouden kan worden. De Raad concludeerde dat de verordening inderdaad uitsluitend betrekking heeft op gemeentelijke belastingen, omdat de belastingheffing plaatsvindt via parkeerapparatuur en vergunningverlening conform de Gemeentewet.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat belastingmaatregelen zoals parkeerbelastingverordeningen uitgesloten zijn van het raadgevend correctief referendum.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit dat geen referendum kan worden gehouden over de parkeerbelastingverordening Hilversum 2003-2 is ongegrond verklaard.