ECLI:NL:RVS:2003:AL8912
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- H. Bekker
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van subsidiebedrag na grondverkoop bij beëindiging veehouderijtak
De zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank te 's-Hertogenbosch over de vaststelling van een subsidiebedrag op grond van de Regeling beëindiging veehouderijtakken (Rbv). De minister had subsidie verleend en deze deels gewijzigd na bezwaar van appellante.
Appellante had landbouwgrond verkocht op 23 en 31 augustus 1999, maar de eigendomsoverdracht vond plaats op 16 september 1999. De minister stelde dat de verkleining van de landbouwgrond plaatsvond op het moment van eigendomsoverdracht, waardoor het subsidiebedrag werd verminderd conform artikel 14, vierde lid, van de Rbv.
Appellante betoogde dat de verkleining plaatsvond bij het sluiten van de koopovereenkomst, vóór 10 september 1999, en dat dit bepalend moest zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de datum van eigendomsoverdracht leidend is. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst het beroep van appellante af. Tevens wordt benadrukt dat artikel 14, vierde lid, van de Rbv geen ruimte laat voor belangenafweging en dat de minister verplicht is het subsidiebedrag te verminderen volgens de wettelijke regeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.