ECLI:NL:RVS:2003:AL8917
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E.D. Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning voor verbouwing monumentaal pand tot appartementen en kinderdagverblijf
Het college van burgemeester en wethouders van Leiden verleende op 26 september 2000 een vrijstelling en bouwvergunning voor het verbouwen van een monumentaal kantoorpand tot twaalf luxe appartementen en een kinderdagverblijf. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat hij nadeel zou ondervinden door verminderde zon- en daglichttoetreding, lichthinder, geluid- en stankhinder, verlies van privacy, vermindering van ventilatiemogelijkheden en waardevermindering van zijn woning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bouwplan voldoende urgent was en dat de bezwaren van appellant onvoldoende waren om de vergunning te weigeren. Bouwkundige voorzieningen konden de hinder verminderen en het bouwplan overschreed de toegestane bouwhoogte niet. Ook de vermeende waardevermindering en het verlies van het monumentale karakter van de woning waren geen reden om de vergunning te weigeren.
Ten aanzien van de parkeerdruk achtte de Afdeling het college's standpunt aannemelijk dat het parkeervergunningenbeleid ter plaatse de overlast zou beperken. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de bouwvergunning is bevestigd.