ECLI:NL:RVS:2003:AL8924
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P. Lodder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter inzake bouwvergunning Moerdijk
Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk verleende op 28 maart 2002 een vrijstelling en bouwvergunning voor het veranderen van een winkelruimte op een perceel in Moerdijk. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat gedeeltelijk werd afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet, omdat het college niet bevoegd was de vrijstelling te verlenen op grond van het geldende artikel 19, derde lid, van de WRO. De aanvraag dateerde van vóór de wetswijziging, waardoor de oude anticipatieprocedure had moeten worden gevolgd.
Verder stelde de Raad dat de vrijstelling op grond van artikel 19, derde lid, WRO uitsluitend mogelijk is voor wijziging in gebruik van opstallen en niet voor het verlenen van een bouwvergunning. Daarom had het college alleen op grond van artikel 19, eerste of tweede lid, WRO vrijstelling kunnen verlenen voor het bouwplan.
De Raad vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand waren gelaten en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het oordeel van de voorzieningenrechter dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten.