ECLI:NL:RVS:2003:AL8979
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestuursdwangbesluit inzake geluidsoverlast horeca-inrichting
Bij besluit van 14 oktober 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden bestuursdwang toegepast tegen de horeca-inrichting van appellant vanwege overtreding van geluidnormen uit het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer. Tevens werd een eerder opgelegde last onder dwangsom ingetrokken. Appellant stelde dat na isolatiemaatregelen in november 2002 de overtreding was opgeheven en dat het besluit daarom geen grondslag meer had.
De Raad van State oordeelde dat ondanks verbeteringen en een meting in december 2002 waaruit bleek dat de overschrijding was teruggebracht tot 1 dB(A), dit niet tot herroeping van het bestuursdwangbesluit hoefde te leiden. Uit eerdere metingen bleek dat de overtreding ernstig was en door appellant erkend werd. Ook de stelling dat de bestuursdwang onevenredig was, werd verworpen.
Verder stelde appellant dat de bestuursdwang ten onrechte het maken van muziek verbood en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was. De Afdeling stelde vast dat het besluit duidelijk verwees naar eerdere besluiten en overtredingen, en dat de bestuursdwang zich richtte op het ongedaan maken van de overtreding van de geluidnormen.
Het beroep wegens schending van het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen langdurige gedoogperiode was vastgesteld. De Raad van State verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestuursdwangbesluit inzake geluidsoverlast is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.