ECLI:NL:RVS:2003:AM2364
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- M.L.D. Trippert-van Gemeren
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom milieuvergunning
Verzoekster, een besloten vennootschap, kreeg op 5 augustus 2003 een besluit opgelegd door het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland waarin meerdere lasten onder dwangsom werden gesteld met betrekking tot haar inrichting. Deze lasten hadden betrekking op het niet naleven van geluidgrenswaarden, valhoogte en het in werking zijn van de inrichting tijdens verboden tijden. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 15 september 2003. Verzoekster stelde dat zij niet vooraf is gehoord, dat zij beschikte over een geldige vergunning en dat de dwangsommen onredelijk waren. De Voorzitter oordeelde dat verzoekster wel degelijk in de gelegenheid was gesteld haar zienswijze kenbaar te maken en dat de oorspronkelijke vergunning van 1993 inmiddels was verlopen, ondanks eerdere wijzigingen.
De Voorzitter vond dat verweerder bevoegd was om handhavend op te treden omdat de inrichting zonder geldige vergunning in werking was. Ook was de begunstigingstermijn van een week voldoende en stonden de dwangsombedragen in redelijke verhouding tot het geschonden belang. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.