ECLI:NL:RVS:2003:AM2368
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen besluit ernstige bodemverontreiniging en saneringsplan
Bij besluit van 1 juli 2003 stelde het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland vast dat op een perceel te [plaats] sprake was van ernstige bodemverontreiniging en dat de sanering niet urgent was. Tevens werd ingestemd met het saneringsplan.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. Hij betwistte onder meer de juiste kadastrale aanduiding van het perceel en de vaststelling van de grenzen van het verontreinigingsgebied. Tijdens de zitting erkende verweerder dat een verkeerde adressering en kadastrale aanduiding in het besluit waren opgenomen, wat in de bezwaarprocedure zou worden aangepast.
Uit een bodemonderzoek bleek dat het verontreinigingsgebied groter was dan het perceel waarop het besluit betrekking had. De Voorzitter zag daarom aanleiding om het besluit voorlopig te schorsen tot zes weken na de beslissing op het bezwaar. Tevens werd het griffierecht aan verzoeker vergoed.
De Voorzitter oordeelde dat het belang van een juiste vaststelling van het perceel en de omvang van de bodemverontreiniging zwaarder woog dan het belang van onmiddellijke uitvoering van het saneringsplan. Er waren geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het besluit over ernstige bodemverontreiniging en saneringsplan wordt voor zes weken geschorst in afwachting van de bezwaarprocedure.