ECLI:NL:RVS:2003:AM2380
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- T.M.A. Claessens
- M.Z.C. Koutstaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunning coffeeshop wegens overtreding gedoogcriteria
De burgemeester van Amsterdam heeft op 4 april 2003 de exploitatievergunning van de coffeeshop van appellant ingetrokken en deze van de lijst van gedoogde inrichtingen geschrapt vanwege overtreding van de gedoogcriteria. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, dat door de voorzieningenrechter ongegrond werd verklaard.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening. De Raad oordeelde dat nader onderzoek niet noodzakelijk was en dat de burgemeester terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid op grond van artikel 3.2, achtste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (APV) Amsterdam.
De Raad bevestigde het gemeentelijke beleid waarbij coffeeshops die de AHOJ-G criteria, waaronder de maximale handelsvoorraad van 500 gram softdrugs, overtreden, worden aangepakt. Het betoog van appellant dat de bepalingen geen relatie hebben met de openbare orde werd verworpen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden.
De Voorzitter wees het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning van de coffeeshop wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.