ECLI:NL:RVS:2003:AM2445
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursrechtelijke voorrangsverklaring woning Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam had appellant aangemerkt als voorrangskandidaat voor een twee- of driekamerwoning vanwege de sloop van zijn woning. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing en vorderde een vierkamerwoning, stellende dat het een privaatrechtelijk geschil betreft dat onder de Huurwet valt en door de kantonrechter moet worden behandeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de bestuursrechtelijke bevoegdheid van het college en de bestuursrechter. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar de Raad van State sloot zich aan bij de rechtbank en oordeelde dat het geschil over de voorrangsverklaring een bestuursrechtelijke kwestie betreft, waarbij de civiele relatie tussen huurder en verhuurder buiten beschouwing blijft.
De Raad van State bevestigde het oordeel dat het college terecht een voorrangsverklaring heeft afgegeven en dat de bestuursrechter bevoegd is om hierover te oordelen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de bestuursrechtelijke voorrangsverklaring bevestigd.