ECLI:NL:RVS:2003:AM2455
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing urgentieverklaring gemeente Ede wegens strijd met huisvestingsverordening
Appellant had een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring op grond van artikel 10 van Pro de Huisvestingsverordening 1998 van de gemeente Ede, welke door het college werd afgewezen. Na een eerdere vernietiging van het besluit op bezwaar door de rechtbank, handhaafde het college de afwijzing opnieuw. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college bij de beoordeling van de urgentieaanvraag niet heeft getoetst aan de bij de verordening behorende “Regels inzake urgenten”, maar uitsluitend aan de hand van een acute noodsituatie. Dit is in strijd met artikel 10, vierde lid, van de Verordening. Tevens heeft het college onvoldoende gemotiveerd waarom de bijzondere hardheidsclausule niet van toepassing zou zijn, terwijl dit op grond van artikel 10, tweede lid, wel mogelijk is.
De Afdeling vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep gegrond. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant. Hiermee wordt het college gehouden de aanvraag opnieuw te beoordelen conform de juiste toetsingscriteria.
Uitkomst: Het besluit van het college tot afwijzing van de urgentieverklaring wordt vernietigd en het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard.