ECLI:NL:RVS:2003:AM2458
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Weigering exploitatievergunning escortservice op grond van APV Venlo
Het college van burgemeester en wethouders van Venlo heeft op 2 april 2002 besloten een exploitatievergunning voor een escortservice te weigeren op grond van artikel 3:21, eerste lid, sub c van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Venlo. Dit artikel bepaalt dat een vergunning geweigerd moet worden indien er aanwijzingen zijn dat personen werkzaam zijn in strijd met artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht of de Vreemdelingenwet.
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, dat door het college op 1 oktober 2002 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Venlo heeft bij uitspraak van 25 maart 2003 het beroep van appellant eveneens ongegrond verklaard. Appellant stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld op 8 september 2003, waarbij appellant niet is verschenen. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep louter een herhaling was van eerdere argumenten en bevestigde dat het college verplicht was de vergunning te weigeren vanwege het imperatieve karakter van artikel 3:21, eerste lid, sub c van de APV. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de exploitatievergunning voor de escortservice.