ECLI:NL:RVS:2003:AM2501
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen plaatsing verkeersbord
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden om het besluit over te leggen omtrent de plaatsing van een ANWB-verkeersbord voor haar woning. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellante stelde dat haar bezwaar moest worden opgevat als een verzoek tot handhaving en dat het bord een vergunningplichtig bouwwerk betrof. De Raad van State oordeelde dat het bezwaar niet als verzoek tot handhaving kon worden beschouwd en dat de plaatsing van het bord een feitelijke handeling is, geen besluit in de zin van de Awb.
Daarmee was het bezwaar niet-ontvankelijk en werd het hoger beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat de plaatsing van het verkeersbord geen besluit is.