ECLI:NL:RVS:2003:AM5358
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- W. Konijnenbelt
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vergunning lozing afvalstoffen co-vergistingsinstallatie
De vergunninghoudster, Stichting LOP-Lith, kreeg op 2 juli 2002 een vergunning voor vijf jaar om afvalstoffen van een co-vergistingsinstallatie te lozen via de rioolwaterzuiveringsinstallatie Oijen. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld. De bezwaren van appellanten betroffen onder meer de vraag of een milieu-effectrapportage (MER) verplicht was. De Afdeling oordeelde dat de vergunning niet het recht geeft tot oprichting van een inrichting waarvoor een MER-beoordeling vereist is volgens het Besluit mer 1994. Daarnaast betroffen andere milieuaspecten bezwaren die onder de Wet milieubeheer vallen en niet binnen het bestreden besluit.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De vergunning blijft daarmee in stand en de lozing van afvalstoffen via de rioolwaterzuiveringsinstallatie is toegestaan onder de voorwaarden van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor lozing van afvalstoffen via de rioolwaterzuiveringsinstallatie is ongegrond verklaard.