ECLI:NL:RVS:2003:AM5360
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- J.E.M. Polak
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar en goedkeuring havengeldregeling 2001 Schiphol
Bij Koninklijk Besluit zijn in 2001 de havengeldregelingen voor diverse Nederlandse luchthavens, waaronder Rotterdam Airport, Maastricht Aachen Airport, Groningen Airport Eelde en Amsterdam Airport Schiphol, goedgekeurd. Appellant maakte bezwaar tegen de goedkeuring van de regeling voor Schiphol, maar dit bezwaar werd door de Kroon niet-ontvankelijk verklaard vanwege voortijdige indiening. De rechtbank bevestigde deze beslissing en verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de toetsing door de Kroon discretionair was en dat zogenaamde 'missed approaches' niet als gebruik van de luchthaven konden worden beschouwd, waardoor de tariefstelling onrechtmatig zou zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde dat het begrip gebruik in artikel 36 van Pro de Luchtvaartwet niet beperkt is tot landingen die fysiek gebruik van de landingsbaan inhouden, en dat de Kroon de havengeldregelingen terecht heeft goedgekeurd.
De Afdeling oordeelde dat de vraag of een 'missed approach' onder de havengeldregelingen valt, niet aan de orde is in deze procedure, maar bij eventuele heffingen. Er was geen grond om de goedkeuring van de havengeldregelingen aan te tasten. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de goedkeuring van de Havengeldregeling 2001 voor Schiphol wordt bevestigd.