ECLI:NL:RVS:2003:AM5366
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gedogen gebruik helling 3 in milieuzone
Verzoekers sub 1 en sub 2 maakten bezwaar tegen het besluit van 20 juni 2003 van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, waarin het gebruik van helling 3 in een door vergunninghoudster geëxploiteerde inrichting werd gedoogd tot 1 januari 2004 of eerder bij inwerkingtreding van een revisievergunning krachtens de Wet milieubeheer.
De verzoekers betoogden dat er geen gronden waren voor het gedogen van het gebruik van helling 3. Verweerder stelde dat de geluidbelasting van helling 3 minder is dan die van hellingen 1 en 2, omdat helling 3 inpandig is gesitueerd. Tevens is de geluidzone rond het bedrijf in 1993 vastgesteld en wordt verwacht dat de activiteiten vergund kunnen worden.
De Voorzitter stelde vast dat een aanvraag voor een revisievergunning was ingediend en dat het ontwerpbesluit tot vergunningverlening ter inzage lag. Het gedoogbesluit bevatte beperkende voorschriften en vervalt uiterlijk 1 januari 2004 of bij inwerkingtreding van de revisievergunning. De termijn werd als niet onredelijk beoordeeld.
Gezien deze omstandigheden zag de Voorzitter geen aanleiding het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen en wees deze af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening tegen het gedogen van het gebruik van helling 3 is afgewezen.