ECLI:NL:RVS:2003:AM5396
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.C.K.W. Bartel
- C.M. Nollen
- Rechtspraak.nl
Raad van State bevestigt vergunning mosselzaadvisserij in Westelijke Waddenzee
De zaak betreft een vergunning verleend door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de Coöperatieve Producentenorganisatie van Nederlandse Mosselcultuur U.A. voor het vissen van maximaal 250.000 mton mosselzaad in het sublitoraal van de Westelijke Waddenzee. Verzoekster en de Stichting Wilde Kokkels maakten bezwaar tegen deze vergunning, waarna verzoekster een voorlopige voorziening vroeg om de opschortende werking van deze bezwaren op te heffen.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek en concludeerde dat de vergunning betrekking heeft op een beperkte hoeveelheid mosselzaad en dat het beleid van de minister is gericht op een zorgvuldige afweging, waarbij het mosselzaad niet de Waddenzee verlaat maar wordt uitgezet op kweekpercelen. Dit beleid is gebaseerd op eerdere beleidsbesluiten en planologische kernbeslissingen.
De Voorzitter oordeelde dat de vergunning niet onredelijk is en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Gezien de korte visperiode en het tijdsprobleem rond de inventarisatie van mosselzaad, is de gekozen raamvergunning een passende oplossing. Daarom werd de opschortende werking van de bezwaren opgeheven, met de verplichting aan de minister om binnen drie weken een beslissing op de bezwaren te nemen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige beleidsafweging en het belang van tijdige besluitvorming in visserijvergunningen.
Uitkomst: De opschortende werking van de bezwaren tegen de vergunning wordt opgeheven en de minister moet binnen drie weken beslissen op de bezwaren.