ECLI:NL:RVS:2003:AM5420
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling en bouwvergunning voor garage ondanks illegale oprichting
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur verleende op 8 mei 2001 vrijstelling en een bouwvergunning voor een garage/berging die zonder vergunning was opgericht. Appellant stelde beroep in tegen deze besluiten en voerde aan dat de vrijstellingsmogelijkheid niet toegepast kon worden op een illegaal bouwwerk en dat het gebouw eerst afgebroken moest worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad overwoog dat het feit dat het bouwwerk illegaal was opgericht niet in de weg staat aan legalisering door het alsnog verlenen van een bouwvergunning. De datum van de aanvraag is bepalend voor het toepasselijke recht, en deze lag na de inwerkingtreding van de relevante wetsbepaling.
Verder oordeelde de Raad dat het college de belangen van appellant voldoende had meegewogen en dat het bouwplan geen onredelijke inbreuk maakte op diens privacy. De toezegging om een venster te verwijderen werd meegewogen. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning en vrijstelling worden bevestigd.